Eindelijk akkoord op nieuw pensioenstelsel

Eindelijk akkoord op nieuw pensioenstelsel

 

Het kabinet en de sociale partners presenteerden 12 juni j.l. eindelijk het plan om het pensioenstelsel ingrijpend te wijzigen. In deze blog vertellen wij meer over de  gevolgen van de wijzigingen voor  werkgevers die niet zijn aangesloten bij een CAO of Bedrijfstakpensioenfonds. 

Toekomstbestendig

Het gedachtegoed achter de wijzigingen is het neerzetten van een toekomstig bestendig pensioenstelsel.

Dit wil zeggen dat het pensioenstelsel aansluit bij de ontwikkelingen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Maar ook een stelsel waarin zich is op het behoud van koopkracht en een stelsel dat transparanter en persoonlijker is dan het huidige stelsel.
 

Belangrijkste wijzigingen

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in het stelsel voor werkgevers die niet zijn aangesloten bij een CAO of Bedrijfstakpensioenfonds?

  • de pensioenopbouw verloopt voortaan via een vlakke, leeftijdsonafhankelijke spaarpremie
     
  • het verzekerde nabestaandenpensioen bij overlijden voor pensioendatum wordt in de meeste gevallen hoger
     
  • wie met pensioen gaat, kan onder bepaalde voorwaarden tot 10% van het opgebouwde pensioenkapitaal in één keer opnemen

Spaarpremie

Een gelijk (vlak) premiepercentage voor iedere deelnemer, ongeacht de leeftijd. Dat is de meest fundamentele verandering in het stelsel.

Veel pensioenregelingen kennen een oplopende premiestaffel. Hoe ouder de werknemer, hoe hoger de inleg. Voor deze pensioenregelingen zal de beschikbare premiestaffel moeten worden aangepast aan de nieuwe wetgeving.

Sommige pensioenregelingen kennen al een vlak premiepercentage. Voor elke werknemer geldt hetzelfde premiepercentage ongeacht de leeftijd van de werknemer.  Voor deze pensioenregelingen zal de beschikbare premiestaffel niet aangepast hoeven te worden aan de nieuwe wetgeving.

Individueler en flexibeler

Het pensioenstelsel beweegt al langere tijd richting een individueler en flexibeler pensioen.

Bij de meeste pensioenregelingen van werkgevers die niet zijn aangesloten bij een CAO of Bedrijfstakpensioenfonds, is hier al zoveel mogelijk op ingespeeld door werknemers verschillende keuzemogelijkheden te bieden. Bijvoorbeeld ten aanzien van de manier waarop het pensioengeld wordt belegd. Beleggen brengt uiteraard risico’s met zich mee, maar ook kansen op een hoger pensioen. Door te werken met lifecycle beleggingen, blijven de risico’s zo klein mogelijk en het rendement zo goed mogelijk.

Het pensioenakkoord zal dus voor veel pensioenregelingen wat betreft dit onderdeel geen tot weinig aanpassingen met zich meebrengen.​​​​​

Bedrag ineens als nieuwe optie

Nieuw is de optie voor werknemers om een deel van het pensioen als bedrag ineens te laten uitbetalen, in plaats van maandelijks. Dit kan tot maximaal 10% van het pensioenkapitaal. Deze optie stelt mensen in staat om bijvoorbeeld een verbouwing te doen, een auto te kopen, een schuld af te lossen of een mooie reis te maken.

Deze nieuwe optie zal naar onze verwachting weinig invloed hebben op (de kosten van) de pensioenregeling.

Overlijden voor de pensioendatum en het nabestaandenpensioen

Volgens het pensioenakkoord wordt het nabestaandenpensioen berekend op basis van een percentage van het salaris met een maximum van 50% van het salaris. De hoogte van het nabestaandenpensioen is dus niet meer afhankelijk van de diensttijd.

Deze verandering zal naar verwachting een verhoging van het nabestaandenpensioen en dus ook een verhoging van de risicopremies voor het nabestaanden- en wezenpensioen tot gevolg hebben. 
 

Compensatie werknemers? 

Als er sprake is van een oplopende staffel.

Door de overgang op de vlakke premie gaan werknemers die nu deelnemen aan de pensioenregeling er in pensioenambitie op achteruit. Dit komt doordat zij in de regeling gestart zijn met een lagere premie dan de vlakke premie. Zij hebben een hogere premie in de toekomst nodig om op het oorspronkelijk geplande pensioen uit te komen.

Om te voorkomen dat werknemers gecompenseerd moeten worden, is in de uitwerking van het pensioenakkoord afgesproken dat werkgevers ervoor kunnen kiezen om voor deze werknemers de bestaande (oplopende) premieregelingen te handhaven.

Nieuwe werknemers komen wel in de nieuwe regeling met de vlakke premiesystematiek.

Als hiervoor gekozen wordt, zijn er vanaf dat moment dus 2 pensioenregelingen van toepassing. Deze samenloop van oude en nieuwe pensioenregelingen kan de totale pensioenkosten verhogen.

Dit is een belangrijk vraagstuk waar werkgevers en werknemers voor komen te staan: hoe betalen we eventuele hogere kosten? En wat is een eerlijke verdeling van de lasten?

De antwoorden zullen per situatie uiteenlopen. Maar wat je ook kiest, de keuze vraagt om zorgvuldige communicatie en belangenafweging.
 

Als er al sprake is van een vlakke staffel.

Omdat de pensioenregeling al een vlakke premie kent, gaan de werknemers er in pensioenambitie niet op achteruit. Op basis van de informatie die wij nu hebben, hoeven naar onze mening de werknemers dan ook niet gecompenseerd te worden en kunnen nieuwe werknemers dezelfde pensioenregeling krijgen als de huidige werknemers.

Ingangsdatum

De nieuwe pensioenwetgeving gaat naar verwachting in op 1 januari 2022. Uiterlijk 1 januari 2026 moet iedereen over zijn. Dat lijkt ver weg, maar er is veel te doen. En hoe eerder je klaar bent, hoe beter.

Hoe verder?

Wil je meer weten wat het pensioenakkoord voor jullie pensioenregeling inhoudt? Neem dan contact met ons op. Wij helpen je graag!