Informatie lijfrente

De derde pijler in ons pensioenstelsel betreft individueel aanvullend pensioen.

Dit is de pijler voor mensen die aanvullend willen sparen voor hun pensioen of zelf hun pensioen moeten regelen.

De derde pijler valt onder het zogenoemde lijfrenteregime.

Lijfrente is kapitaal dat wordt opgebouwd door periodiek of eenmalig een bedrag in te leggen.

Met het opgebouwde kapitaal koopt u een uitkering aan na een bepaalde datum.

Dit is normaal gesproken de datum waarop uw AOW ingaat.

 

Wat is lijfrente

Lijfrente is individueel aanvullend pensioen, ook wel derde pijler pensioen genoemd.

We onderscheiden een opbouwfase, waarin vermogen wordt opgebouwd, en een uitkeringsfase waarin vermogen wordt uitgekeerd.

De lijfrenteuitkering

- kan tijdelijk zijn (minimaal 5 jaar), met een maximum van € 22.089 (2020) per jaar

- levenslang (tot minimaal 20 jaar na AOW-leeftijd)

- moet uiterlijk 5 jaar na AOW-leeftijd ingaan

Voordelen

De inleg is aftrekbaar van de inkomstenbelasting.

U kunt op ieder moment bepalen hoeveel en hoe vaak u inlegt.

Uw geld staat veilig. Mocht u ooit een beroep moeten doen op de bijstand, dan hoeft u niet eerst dit vermogen aan te spreken, in tegenstelling tot “gewoon” vermogen.

Nadelen

Uw geld staat vast.

Lijfrente heeft als doel pensioen.

Daarom kunt u het niet zomaar opnemen voor een ander doel.

Wilt u het geld toch eerder opnemen dan dient u hierover 20% extra belasting te betalen (revisierente).

De enige uitzondering hierop is langdurige arbeidsongeschiktheid, in dat geval kunt u het vermogen wel voortijdig opnemen.

Met name de verzekerde lijfrentes en gegarandeerde lijfrentes, waarin een combinatie van verzekerings of financiële producten wordt gemaakt met een opbouwproduct, zijn complex en duur.

Opbouwfase

In de opbouwfase bouwt u vermogen op door middel van een periodieke of eenmalige inleg.

U kunt lijfrente opbouwen bij een bank, beleggingsinstelling of verzekeraar.

Met het opgebouwde bedrag laat u op een later moment een inkomen uitkeren.

Dit kan een tijdelijke of levenslange uitkering zijn.

Dit is uw aanvullende pensioen.

U bepaalt zelf hoeveel en hoe vaak u inlegt.

Uitkeringsfase

In de uitkeringsfase kiest u een bank, beleggingsinstelling of verzekeraar die u het bedrag wilt laten uitkeren.

De uitkeringsfase gaat in op het moment dat u met de lijfrenteaanbieder hebt afgesproken.

U kunt kiezen tussen een tijdelijke uitkering of een levenslange (alleen bij verzekeraar) uitkering.

De tijdelijke uitkering keert minimaal 5 jaar lang uit.

De regels voor de uiterlijke ingangsdatum en de duur van de uitkering verschillen per type lijfrente.

Welke soorten lijfrente bestaan er?

Er bestaan drie soorten lijfrente.

Een spaarlijfrente, een beleggingslijfrente en een verzekerde lijfrente.

De spaarlijfrente en de beleggingslijfrente worden ook wel bancaire lijfrentes genoemd.

De bancaire lijfrentes bestaan sinds 2008 en vallen onder de wet Banksparen.

Sindsdien is de verzekerde lijfrente uit de gratie geraakt.

Bij de bancaire lijfrentes kan de uitkeringsfase ingaan op elk gewenst moment, maar uiterlijk 5 jaar na de voor u geldende AOW leeftijd.

Als u de uitkering na de AOW leeftijd laat ingaan moet deze minimaal 5 jaar duren.

Laat u de uitkering voor de AOW-leeftijd ingaan, dan moet de uitkering tot minimaal 20 jaar na de voor u geldende AOW leeftijd duren.

Voorbeeld: Wilt u op 60 jarige leeftijd beginnen met uitkeren en uw AOW leeftijd is 67 jaar, dan komen er 7 uitkeringsjaren bij. De uitkeringsperiode dient dan minimaal 27 jaar te zijn.

Spaarlijfrente

Bij de spaarlijfrente zet u geld weg op een geblokkeerde spaarrekening bij een bank.

Dit wordt ook wel banksparen of bankspaarrekening of lijfrentespaarrekening genoemd.

Afhankelijk van de aanbieder kunt u kiezen tussen een vaste of een variabele rente.

Voordelen

Een spaarlijfrente is een eenvoudig en begrijpelijk product.

U zet geld weg op een spaarrekening en aan het eind van de rit ontvangt u het totaal gespaarde bedrag plus de rente.

U weet hoeveel rente u ontvangt.

De kosten voor banksparen zijn over het algemeen laag.

U betaalt eenmalig een bedrag voor het openen van de rekening en bij eventuele voortijdige opname van het gespaarde bedrag.

Nadelen

Het rendement van banksparen is erg laag. Momenteel (2020) kunt u maximaal rond de 1% rente verwachten.

Het rendement op sparen is meestal niet veel hoger dan inflatie. En voor pensioen moet u meer rendement maken dan inflatie. Als de inflatie hoger is dan de rente op uw lijfrentespaarrekening, gaat uw koopkracht achteruit.

Tot € 100.000 bent u gedekt door het depositogarantiestelsel. Mocht u een hoger bedrag willen (bank)sparen, zorg dan dat u dit bij verschillende banken doet.

Beleggingslijfrente

Bij een beleggingslijfrente legt u geld in bij een beleggingsinstelling.

Een beleggingslijfrente valt ook onder banksparen.

Voordelen

Een beleggingslijfrente is net als een spaarlijfrente, een begrijpelijk product.

U stort geld op een beleggingsrekening en de aanbieder belegt uw geld voor u.

Bij de meeste aanbieders kunt u online inzien wat het rendement van de rekening is en wat de koersontwikkeling van het fonds is.

Historisch gezien is het rendement van beleggen hoger dan bij sparen.

Nadelen

Doordat uw geld wordt belegd, heeft u te maken met een beleggingsrisico.

De opbrengst kan hoger of lager uitvallen.

Let daarom goed op volgens welk risicoprofiel er belegd wordt, hoe de risico’s gespreid worden en of het risico wordt afgebouwd richting pensioendatum.

Verzekerde lijfrente

Een verzekerde lijfrente is een levensverzekering waarvoor u premie betaalt aan een verzekeringsmaatschappij.

Net als bij beleggingslijfrente wordt uw geld belegd.

Het is mogelijk een gegarandeerde uitkering te verzekeren.

Dit wordt ook wel lijfrenteverzekering of lijfrentepolis genoemd.

De afgelopen decennia waren veel verzekerde lijfrentes woekerpolissen.

Voordelen

Als u kiest voor een gegarandeerde uitkering loopt u geen of minder beleggingsrisico, omdat u hiervoor een verzekering afsluit. U weet daardoor hoeveel geld u minimaal kunt verwachten aan het einde van de looptijd.

Als u kiest voor een levenslange uitkering hoeft bij de overgang van opbouw- naar uitkeringsfase er geen waardeoverdracht naar een andere uitvoerder plaats te vinden.

Nadelen

Er zijn verschillende varianten lijfrenteverzekeringen waarbij u aanvullend andere verzekeringen (overlijden, arbeidsongeschiktheid) kunt aankopen.

Voor veel mensen is niet duidelijk welke verzekeringen er bij hun polis zitten en of deze nodig of gewenst zijn.

Het is niet altijd duidelijk hoeveel er daadwerkelijk wordt ingelegd en welke kosten hier precies aan zijn verbonden.

Daarnaast betaalt u ook verzekeringspremie(s) voor bijvoorbeeld een nabestaandenvoorziening bij overlijden of inkomen bij arbeidsongeschiktheid.

De premies voor de gekoppelde verzekeringen maken deze producten duur.

Onderzocht is dat verzekerde lijfrentes minder opleveren dan bancaire lijfrentes.

Bij faillissement van de verzekeraar bestaat de kans dat u uw aanvullende pensioen (volledig of deels) verliest.

Oud en nieuw regime lijfrente

Wellicht heeft u weleens van de termen oud en nieuw regime lijfrente gehoord.

Dit heeft te maken met in de jaren veranderde fiscale regels.

Wie nu een lijfrente afsluit, valt altijd onder het nieuwe regime.

Wilt u meer weten over de verschillende fiscale regimes?

Neem dan contact met ons op.