Deskundig en persoonlijk advies?

Bel ons: 0183 666690 of stuur een mail

Informatie - Pensioenbegrippen

Anw-hiaat
Ook wel Anw-gat genoemd. De Algemene Weduwen- en wezenwet is op 1 juli 1996 vervangen door de Algemene nabestaandenwet (ANW). Het Anw-hiaat geeft het verschil in uitkering weer.

Anw-uitkering
Het nabestaandenpensioen dat de partner of de (half)wees ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet.

AOW-uitkering
Het ouderdomspensioen dat iedere ingezetene ontvangt vanaf het 65e jaar op grond van de Algemene Ouderdomswet.

Bedrijfstakpensioenfonds
Een pensioenfonds dat werkzaam is in een bepaalde bedrijfstak. Meestal is een bedrijfstakpensioenfonds verplicht gesteld.

Beroepspensioenregeling
Een pensioenregeling die geldt voor de beoefenaren van een bepaald beroep. Deze regeling is meestal verplicht gesteld.

Beschikbare premieregeling
Een pensioensysteem waarbij een bepaalde premie wordt toegezegd. Het uiteindelijke bedrag dat u aan pensioen ontvangt, is afhankelijk van de premie, het rendement op de premie en het lijfrentetarief op de pensioendatum.

Bijzonder partnerpensioen
Het deel van het partnerpensioen waarop de partner die volgens de pensioenovereenkomst in aanmerking komt voor een partnerpensioen, na scheiding of beëindiging van de relatie aanspraak behoudt.

Conversie i.v.m. scheiding
Na scheiding kunnen partijen overeenkomen dat aan de echtgenoot of geregistreerd partner toekomend pensioen (het deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen) wordt omgezet in een eigen pensioen ten behoeve van de echtgenoot of geregistreerd partner.

Deeltijdarbeid
Voor de deelnemer die minder dan de volledige arbeidstijd werkt of heeft gewerkt, geldt dat voor de vaststelling van de pensioengrondslag wordt uitgegaan van het pensioengevend salaris dat op
1 januari van het desbetreffende jaar bij een volledige arbeidstijd gegolden zou hebben. Deze pensioengrondslag wordt vermenigvuldigd met een deeltijdpercentage, vastgesteld naar de verhouding tussen feitelijke en volledige arbeidstijd.

Bij de overgang van een onvolledige naar een volledige arbeidstijd - of omgekeerd - en bij wijziging van de mate van onvolledigheid, wordt het deeltijdpercentage opnieuw vastgesteld. Hierbij wordt er voor de toekomstige diensttijd steeds van uitgegaan dat de mate van (on)volledigheid van de arbeidstijd onveranderd blijft.

Diensttijd of dienstjaren
De tijd dat u arbeid heeft verricht voor een huidige werkgever. Deze tijd wordt gebruikt bij het berekenen van uw pensioenaanspraken.

Doorsneepremie
Een premie die voor een bepaalde groep uniform is vastgesteld, zonder dat rekening gehouden wordt met verschillen in geslacht, leeftijd of gezondheidstoestand.

Eindloonsysteem
Pensioensysteem waarbij het pensioen wordt afgeleid van het laatstverdiende salaris.

Franchise
De franchise is een vastgesteld bedrag, dat van uw pensioengevend salaris wordt afgetrokken, bij de berekening van uw pensioen. De franchise wordt buiten beschouwing gelaten vanwege het feit dat iedere ingezetene al AOW krijgt. Pensioengevend salaris – franchise = pensioengrondslag. Over de pensioengrondslag wordt uw pensioen berekend.

Gewezen deelnemer
Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling. Deze deelnemer heeft zijn pensioenaanspraken premievrij bij een vorige pensioenuitvoerder achtergelaten. Bij die pensioenuitvoerder staat de werknemer bekend als 'gewezen deelnemer' of 'slaper'. Deze deelnemer heeft geen waardeoverdracht laten uitvoeren.

Lijfrente
Een aanspraak op een reeks vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen afhankelijk van het in leven zijn van de verzekerde. Lijfrenteverzekeringen worden afgesloten in de privésfeer.

Middelloonsysteem
Pensioensysteem waarbij het pensioen is afgeleid van het gemiddeld verdiende salaris.

Nabestaandenpensioen
Pensioen voor de nabestaanden van de deelnemer: de achtergebleven partner (zoals omschreven in het pensioenreglement) en/of de achtergebleven kinderen.

Ouderdomspensioen
Pensioen dat vanaf de pensioeningangsdatum (levenslang) wordt uitgekeerd aan de deelnemer.

Overbruggingspensioen
Een extra pensioen dat tijdelijk (tot 65 jaar) gelijktijdig met het ouderdomspensioen wordt uitgekeerd indien de ingangsdatum van het ouderdomspensioen ligt voor leeftijd 65. Dit pensioen dient onder meer ter compensatie van het gemis aan AOW.

Partnerpensioen
Het pensioen dat voor de weduwe, weduwnaar respectievelijk partner van de deelnemer tot uitkering komt na overlijden van de deelnemer.

Pensioenbreuk
Het pensioentekort dat (onder andere) kan ontstaan door wisseling van werkgever.

Pensioengevend salaris
Het pensioengevend salaris is het salaris dat voor de berekening van de pensioenaanspraken in aanmerking wordt genomen. Meestal is het pensioengevend salaris 12 maal het vaste maandsalaris vermeerderd met de vakantietoeslag. Zie voor de exacte omschrijving uw pensioenovereenkomst.

Pensioeningangsdatum
Het tijdstip waarop de deelnemer daadwerkelijk met pensioen gaat. Vanaf dit moment wordt het ouderdomspensioen uitgekeerd.

Pensioengrondslag
Het bedrag dat het uitgangspunt vormt voor de pensioenberekening. Doorgaans is de pensioengrondslag gelijk aan het jaarsalaris verminderd met een franchise.

Pensioenreglement
Schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe de pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van de pensioenuitvoerder en de deelnemer.

Pensioenovereenkomst
Een juridisch document waarin de afspraken over de pensioenregeling tussen de werkgever en de werknemer zijn vastgelegd.

Pensioenverevening
Wettelijke verdeling van het ouderdomspensioen bij scheiding.

Premievrijstelling
Vrijstelling van premiebetaling voor de pensioenverzekering ingeval de deelnemer aan de pensioenregeling arbeidsongeschikt is.

Prépensioen
Een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prepensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prepensioen was een tijdelijke regeling.

Slaper
Zie 'gewezen deelnemer'.

Tijdsevenredig pensioen
Het pensioen waarop de deelnemer aan een pensioenregeling aanspraak houdt bij ontslag. Het tijdsevenredig pensioen wordt gedefinieerd als het pensioen dat de deelnemer had kunnen bereiken bij voortgezet dienstverband tot de pensioendatum, verminderd met het pensioen dat de deelnemer zou kunnen opbouwen indien hij vanaf de datum van ontslag zou deelnemen in de regeling van de werkgever.

Toeslagverlening
Het aanpassen van pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen aan de stijging van de lonen (welvaartsvast) of de prijzen (waardevast). Toeslagverlening wordt ook wel indexatie genoemd.

Uitruil
De mogelijkheid voor de deelnemer om het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen.

Uitvoeringsovereenkomst
Een juridisch document dat de afspraken weergeeft tussen werkgever en de pensioenuitvoerder over de uitvoering van één of meer pensioenovereenkomsten.

VUT
Een regeling van Vervroegde Uittreding vóór de reglementaire pensioendatum. De VUT stelt werknemers in staat om voor de oorspronkelijke pensioenleeftijd van 65 jaar te stoppen met werken. De VUT Is op vrijwillige basis. Vanaf 1 januari 2006 zijn de werknemerspremies voor de VUT niet meer aftrekbaar en is de werkgeversbijdrage belast. Deze nieuwe regel geldt niet voor de premies die betaald worden voor de VUT- uitkeringen van werknemers die op 1 januari 2005 al
55 jaar of ouder zijn.

Waardeoverdracht
De pensioenwaarde die bij een vorige werkgever is opgebouwd, mag worden meegenomen naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Pensioenaanspraken worden daartoe afgekocht door de instelling die de pensioenregeling van de oude werkgever uitvoert, en het afkoopbedrag wordt vervolgens rechtstreeks overgedragen aan de instelling die de pensioenregeling van de nieuwe werkgever uitvoert. De werknemer koopt daarmee bij die instelling pensioenaanspraken in.

Waardevast
De uitkering wordt aangepast aan de ontwikkeling van de prijzen.

WAO-hiaat
Ook wel WAO-gat genoemd. Het verschil tussen de WAO-uitkering op grond van de oude en de nieuwe WAO. De hoogte van het WAO-gat is relatief groter naarmate de werknemer jonger is, en geldt alleen nog voor werknemers die voor 1 januari 2004 ziek zijn geworden.

WAO-uitkering
Het arbeidsongeschiktheidspensioen dat de werknemer bij arbeidsongeschiktheid ontvangt op grond van de WAO. Alleen voor werknemers die voor 1 januari 2004 ziek zijn geworden.

Welvaartsvast
De uitkering wordt aangepast aan de ontwikkeling van de lonen.

WGA-hiaat
Het WGA-hiaat is te vergelijken met het WAO-hiaat. Een WGA-hiaat ontstaat als een werknemer niet of onvoldoende werkt, dus als de resterende verdiencapaciteit voor minder dan 50% wordt benut. Ook kan het zijn dat een werknemer ander en lager betaald werk gaat doen.

WIA-excedenthiaat
Het WIA-excedenthiaat zal ontstaan voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten, die een inkomen boven het maximum dagloon hebben. Deze werknemers krijgen volgens de WIA-regeling 70% van het verschil tussen het oude en nieuwe salaris, echter tot het maximum dagloon sociale verzekeringen. Het deel erboven (= excedent) kunt u verzekeren.

WIA-inkomenshiaat (arbeidsongeschikt tot 35%)
Binnen de WIA is een nieuw inkomenshiaat ontstaan. In de WAO ontving een arbeidsongeschikte werknemer al een uitkering vanaf 15% arbeidsongeschiktheid. Bij de WIA is de toelatingsdrempel gesteld op 35%. Dus krijgt u geen wettelijke uitkering meer als u minder dan 35% arbeidsongeschikt bent. Direct na uw ziekteperiode van twee jaar ontstaat een forse inkomensachteruitgang.

WIA-uitkering
Het arbeidsongeschiktheidspensioen dat de werknemer bij arbeidsongeschiktheid ontvangt op grond van de WIA (wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Deze uitkering kan de vorm krijgen van de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) of van de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA):

De IVA is bedoeld voor werknemers, die volledig arbeidsongeschikt worden verklaard (loonverlies van tenminste 80%) en waarbij geen of slechts geringe kans op herstel is.

De WGA is bedoeld voor werknemers, die deels arbeidsongeschikt worden verklaard met een loonverlies vanaf 35% tot 80%; of
volledig arbeidsongeschikt zijn (loonverlies vanaf 80%), maar die waarschijnlijk voldoende zullen herstellen.

Het nieuwe stelsel volgens de WIA geldt alleen voor werknemers die ziek worden of zijn geworden op of na 1 januari 2004. Bestaande WAO'ers blijven in het oude stelsel, maar kunnen (als ze op 1 juli 2004 jonger dan 50 waren) vanaf 1 oktober 2004 wel volgens nieuwe richtlijnen gekeurd worden.